Een posttraumatische stressstoornis of kortweg PTSS is een angststoornis die kan ontstaan nadat mensen slachtoffer of getuige zijn geweest van een beangstigende of bedreigende gebeurtenis. Het is heel normaal om na een stresserende gebeurtenis last te hebben van symptomen zoals angsten, slapeloosheid of flashbacks, … en moeite te hebben om je nadien weer aan te passen aan het dagelijkse leven. In de meeste gevallen verdwijnen deze symptomen echter vanzelf na enkele weken. Wanneer er na een maand nog altijd diverse symptomen aanwezig zijn of de symptomen worden erger en ze hinderen de betrokkene in het dagelijkse leven (bijv. niet meer kunnen functioneren op het werk, optredende sociale of relationele problemen, …) dan kunnen we spreken van een problematische verwerking of PTSS.

Om van PTSS te mogen spreken, moet er aan een aantal criteria voldaan worden. Hierbij worden telkens voorbeelden genoemd die in meerdere of mindere mate op de betrokkene van toepassing kunnen zijn:

Er moet een stresserende gebeurtenis geweest zijn, waarvan de betrokkene slachtoffer of getuige is geweest. Denk bijvoorbeeld aan het meemaken van een overval of verkrachting, het zien van een auto-ongeluk of anderen horen vertellen over een gruwelijk incident. Ook een dreiging kan een erg stresserende gebeurtenis zijn, ongeacht of deze dreiging uitgekomen is of niet (bijvoorbeeld een dreigend ongeval of verkrachting).

Er treden steeds herhalende en ongewenste herinneringen aan deze stresserende gebeurtenis op in de vorm van gedachten, beelden of sensaties. Dit noemen we intrusies. Enkele typische voorbeelden zijn nachtmerries of andere beangstigende dromen met angst, afschuw, gevaar of dreiging als thema. Ook herbelevingen of flashbacks die je plots terug naar het verleden katapulteren of doen denken dat je iets gezien of gehoord hebt worden vaak gerapporteerd.

Verder zien we ook dat mensen vaak een verstoorde fysiologie en reactiviteit hebben. Als reactie op de stresserende gebeurtenis blijven ze vaak chronisch onrustig, opgejaagd, waakzaam, prikkelbaar en schrikachtig. Ook na een bewuste of onbewuste trigger die op een of andere manier gelinkt is aan de initiële gebeurtenis reageren ze met angstgevoelens, een verhoogde hartslag, spierspanning enzovoorts. Vaak zien we dat er ook destructief of roekeloos gedrag optreedt. De dingen raken hen minder waardoor het hen allemaal ook minder kan schelen of ze flirten juist met de spanning die impulsieve of risicovolle gedragingen opleveren.

Een typisch gevolg en symptoom van een PTSS is ook een verstoorde stemming en gedachten. Na de traumatische gebeurtenis ontwikkelen mensen negatieve overtuigingen over zichzelf (‘ik ben waardeloos’, ‘ik ben schuldig’), over de anderen (‘anderen zijn onbetrouwbaar’) en over de wereld (‘de wereld is onrechtvaardig’, ‘het wordt nooit beter’). We zien dat mensen chronisch last krijgen van schuldgevoelens, schaamtegevoelens, angsten, boosheid en depressiviteit en we zien dat ze ook een verminderd vermogen hebben om zich nog gelukkig te voelen. Ze voelen zich vaak ook afgesneden van anderen en hebben minder interesse in zaken die hen voor de traumatische gebeurtenis nog erg konden boeien.

In reactie op deze symptomen reageren betrokkenen typisch met vermijding: om zichzelf zo rustig mogelijk te houden, gaan ze vaak alle symptomen en mogelijke associaties en triggers uit de weg. Ze rijden niet meer langs de plaats van het ongeval, ze komen niet meer buiten eens het donker is, ze durven niet meer alleen op straat lopen, ze ontwijken intimiteit en nabijheid, … Ook proberen ze zich vaak zoveel mogelijk af te leiden of bezig te houden om niet te moeten nadenken of alleen te zijn met hun gedachten en gevoelens. Ze storten zich op het werk, brengen grote delen van de dag slapend door of proberen juist om zichzelf ten alle tijden wakker te houden, drinken veel alcohol om zichzelf te verdoven etc. Hierdoor treden er al snel bijkomende problemen op (bijvoorbeeld sociale isolatie, verslaving, uitputting, …). Vaak zie je ook dat er geheugenverlies optreedt: plots kan men zich bepaalde elementen van de gebeurtenis niet meer herinneren. Dit heeft te maken met een overbelast stresssysteem waardoor de geest gaat dissociëren of er een algehele shut-down optreedt als beschermingsreactie.

In sommige gevallen kunnen betrokkenen nadien ook last hebben van depersonalisatie, waarbij ze het gevoel hebben vervreemd te zijn van zichzelf of onthecht te zijn van het eigen lichaam – alsof ze er niet meer mee in contact staan of het gevoelloos is. Verder komt ook derealisatie voor, wanneer je het gevoel hebt dat de dingen niet meer echt zijn en dat mensen, voorwerpen of de wereld rondom je heen vreemd is.

Bij kinderen kunnen de symptomen soms anders zijn. Dan zien we dat ze na een stresserende gebeurtenis vaak een terugval kennen in eerder verworven vaardigheden. Dit noemen we regressief gedrag. Typische voorbeelden zijn het opnieuw optreden van bedplassen of in de broek doen, het plots verliezen van het spraakvermogen, erg claimend of overaanhankelijk gedrag, …. Zij hebben vaak onverklaarde lichamelijke klachten (zoals buikpijn, hoofdpijn, …) en kunnen soms de gebeurtenis ook naspelen in hun spel (al dan niet met anderen). Ook kinderen die heel jong zijn en cognitief nog niet kunnen bevatten wat een bepaalde gebeurtenis betekent heeft kunnen traumaklachten (vaak in de vorm van diffuse symptomen) ontwikkelen. Dit komt omdat het lichaam een aangeboren stressmeter heeft die automatisch alarm slaat bij potentieel gevaarlijke of schadelijke gebeurtenissen.

Interessant? Delen maar!